Bijna een traditie: onze najaar reis naar de Bourgogne. Geen verkennende maar een echte inkoopreis: we proeven de wijnen die we volgend jaar mogen verkopen. Zo kunnen we, indien nodig, een keuze maken.
Maar bij de meeste van onze Bourguignons zijn we natuurlijk blij met elke fles die we krijgen. Desalniettemin blijft het belangrijk ze te proeven. Bij sommigen proefden we nogmaals de wijnen die dit najaar worden vrijgegeven.
Van de meeste producenten bieden we volgend jaar 2025 aan. Een rijk en warm jaar, maar de expressie van het terroir zorgt voor een goede balans. De kwaliteit en mineraliteit van de verschillende bodems vangen de rijkdom mooi op. De wijnen zijn open en presenteren zich goed. Misschien karakteristiek voor het jaar bij wit: florale aroma’s, citrus en hier en daar kweepeer, milde zuren. Bij rood mooi rijp fruit: afhankelijk van de cru kersen, viooltjes, soms iets etherisch met tijm.
De regen aan het begin van de oogst heeft invloed gehad op de kwaliteit, maar niet per se nadelig. Integendeel: bij sommige producenten bracht die juist fraîcheur en balans terug.
Bij Pattes Loup proefden we 2023 Vent d’Ange en 2022 Butteaux, die in november worden vrijgegeven. Bij Dauvissat, Rossignol-Février, Germain, Carillon, Vigot en Ambroise stond 2025 centraal. Bij Ganevat proefden we eerst 2025 rood gevolgd door 2022 en 2020 wit.
Een fotoverslag van onze reis.
Woensdagavond in restaurant Le Minéral (voorheen Le Maufoux) een goed begin met een glas 2020 Petit Chablis van Vincent Dauvissat en een gougères. Donderdagochtend hebben we de eerste afspraak bij Vincent, waar we alle 2025’s van vat proeven. Hier de Montée de Tonnerre.
Côte de Bréchain is een parcellaire binnen de premier cru Montée de Tonnerre. Het ligt westelijk geëxposeerd en krijgt frisse lucht uit het noorden. De ondergrond bestaat voornamelijk uit Kimmeridgien mergelkalk, een afwisseling van harde kalksteen en kalkrijke mergel, met hier en daar aders van blauwe klei.
We tikken Pattes Loup even aan, Thomas was er helaas niet. Hij had die zondag een afspraak in Londen en moest door de stakingen eerder vertrekken. Gelukkig konden we wel de wijnen op fles proeven en twee monsters meenemen.
Daarna op bezoek bij Jonathan Habert en Mathilde Civet, die in 2025 hun eigen domaine Le Champ des Pensées oprichtten.
De vader van Jonathan bezit 4,5 hectare wijngaard in Chablis, waarvan de druiven tot nu toe werden verkocht. Van de oogst 2025 vinifiëren Jonathan en Mathilde 40 hl om hun eerste circa 5.000 flessen te maken, verdeeld over Petit Chablis, Chablis en Premier Cru Fourchaume.
Een piepjong domaine, maar wat we proeven is veelbelovend. In Chablis staan de wijnen inmiddels al op de kaart bij Le Minéral en Wine Not. En binnenkort bij Vinoblesse
Daarna naar Rossignol-Février, waar we kennismaken met dochter Camille, die het kantoor bestiert. Gewend aan haar praatgrage vader neemt ze met een lach waardig haar plek naast hem in en ondersteunt en helpt waar nodig.
Dan naar de kelder van Jacques Carillon, waar we net rustig de fijne 2025 Referts aan het proeven zijn als Hans Burghoorn het goede nieuws stuurt: Vinoblesse heeft de eerste Duurzaamheidsaward van de KVNW gewonnen! Trots op en heel blij mee! Vriendin Jolande Vos neemt voor ons de honneurs waar en de award in ontvangst.
Op naar Germain, waar we even bijkletsen met Jean-François en dan met Lucie de kelder ingaan . 2025 is erg mooi en de nieuwe cuvées beginnen langzaam hun plaats te krijgen. Meursault La Barre, afkomstig van de familie van Sophie Jobard, is rijk en vol, met fijne jasmijn in de geur. De wijngaard in Savigny-lès-Beaune Les Gravains begint, door de precieze verzorging van de Germains, steeds meer in zijn kracht te komen: energiek, mineraal, compleet, zeer fraai. Wordt niet voor niets als laatste geproefd.
Zaterdagochtend naar Ambroise. De 1987 Côte de Nuits-Villages uit Comblanchien was de eerste wijn die we van Bertrand Ambroise importeerden. Binnen het gamma altijd een van de meest vrouwelijke en elegante wijnen, maar de laatste jaren is de belangstelling ervoor wat afgenomen. Zoon François is er juist steeds meer mee bezig. Comblanchien wordt gedomineerd door de enorme steengroeven boven de wijngaarden en de appellatie krijgt niet altijd de aandacht die ze verdient.
Ambroise heeft er een klein 70 jaar oud perceel Les Saint-Seine, helemaal in het noorden van Comblanchien, grenzend aan Nuits-Saint-Georges 1er Cru Clos de la Maréchale. De wijngaard kwam via de grootouders in de familie en François bottelt hem vanaf 2025 apart. Fijne geur van rozenbottel, wilde roos en rood fruit, met de structuur van Ambroise van Nuits met tegelijk elegantie en lengte.
We werken al sinds 1995 met de wijnen van Christine en Fabrice Vigot, en ongeveer net zo lang worden we al uitgenodigd om eens samen te eten… Maar altijd haast, te weinig tijd, nog een volgende afspraak. Dit keer maken we er wél tijd voor! We lunchen bij Le Millésime in Chambolle-Musigny: zeer goed eten, heel gezellig en volop genieten van een fles Échezeaux 2016.
Zondag nemen we een dagje vrij: eerst naar de markt in Chagny en ’s middags een wandeling door Savigny-lès-Beaune, waar we vier nachten slapen.
Maandag rijden we naar de Jura, over de binnenwegen door de Bresse. Het zonnetje schijnt en het is een mooie rit. ’s Middags hebben we bij Ganevat afgesproken.
De grote meester was helaas ziek, dus samen met Jocelyn Broncard de wijnen geproefd die in het voorjaar van 2027 op de markt komen. Zo kunnen we alvast onze keuze maken en wensen doorgeven. Dit jaar een avant-première: wij waren de eersten die de wijnen op fles mochten proeven. We waren en petit comité en hadden gezelschap van slechts een sommelier uit Alto Adige. Boffen: zo konden we rustig, bijna een op een proeven. Het meeste wit uit 2020 (minimaal vier jaar élevage, beautiful Grand Teppes 2020 en Chalasses Vieilles Vignes 2018 2e mise) en heel fijn en rijp rood uit 2025. Rood domaine van de buitencategorie. In het voorprogramma, de wijnen van Maylis, die met het jaar beter en preciezer worden. Ze heeft haar eigen stijl: eleganter, en minder gericht op power dan de wijnen van haar chéri
.