Rondreis Frankrijk juni 2017 Deel 1

Deel I van Morey tot Les Vignes Oubliées

We beginnen na een verlaat vertrek en wat tergend gefileer onderweg, uiteindelijk pas begin van de avond in Morey Saint-Denis. Járen niet geweest, we hebben zin in de hernieuwde kennismaking met de –in herinnering- fijne, vlezige rode bourgognes, een combi van het elegant verfijnde, luchtige van buur Chambolle-Musigny en het stoere van andere voisin Gevrey-Chambertin. In januari hebben we op een (bio)beurs contact gelegd en al wat wijnen geproefd. We proeven in de keuken, het echte proeflokaal wordt door een groep luidruchtige particulieren bezet.

Gastvrouw Carole loopt op en neer om steeds een andere wijn te halen, de portefeuille is groot: vijf premiers crus in Morey, een in Gevrey en Chambolle, ook drie verschillende gemeentewijnen, Clos de La Roche en Charmes Chambertin zijn de grands crus. We trappen af met de ‘gewone’ bourgogne rouge 2015, deels op amfora’s (type jarre, soort aardewerken melkbus van halve meter hoog) opgevoed en afkomstig van net aan de verkeerde kant van de weg liggende percelen bij Gevrey, Morey en Chambolle. Aardig, open, fijn, comfortabel glas. Wijnen die volgen zijn allemaal uit 2014.

Ongeschreven regel in de Bourgogne. Wil je straks wat uit het ‘grote’ 2015 krijgen, moet je eerst instappen bij een kleiner jaar. Jammer is dat een aantal wijnen, bewaard (een enkele al paar maanden) met het zo geprezen Coravin-systeem echt aan de oude kant is, zo niet oxidatief, dan wel futloos. Navraag thuis leert dat ze er waarschijnlijk gewoon niet goed mee om (kunnen) gaan…  Soms vragen we om verse fles, het verschil is enorm. Passeren de revue o.a.: marsannay, côte de nuits-villages, morey (villageswijn) en een rits 1ers crus waarvan de Millandes (ons) het best bevalt. Als we nog even de kelder in willen, begint het alarm onbedaarlijk te blèren, code verandert elke dag legt ze uit, ze rent wat op en neer, het gegil houdt aan, ze verdwijnt en wij zien er even uit als beteuterde betrapte boeven.

We proeven nog wat 2016, meeste wijnen rijpen na experimenten in 2015, geheel op jarre (amfora). We spreken af om op de terugweg over twee weken wat monsters op te halen. Het is al over achten, honger! En we moeten nog langs ons hotel in Gevrey om sleutel te halen…. Het eten bij Chez Guy is op zijn zachtst gezegd niet geweldig, de meeste andere gasten op het terras zijn Nederlanders…. Hotel Les Grands Crus is basic maar ok, de eigenaresse hartelijk. Wat is de Bourgogne toch mooi…, oud maar op en top verzorgd, de wijngaarden stralen, hebben we wel eens anders gezien in juni.

De volgende (zaterdag)morgen bij Jean-François en Sophie Germain in Meursault afgesproken, eerst even cadeautje (beide witte wijnen van Mark Angeli) afgeven in Volnay bij Domaine de la Pousse d’Or, daar hebben we over twee weken een afspraak met Hubert, de nieuwe man, die definitieve omschakeling naar BD heeft ingezet en het aandurft met amfora’s te experimenteren. Om 10 uur precies staan we op Rue des Forges 4 waar we sinds 1986 kind aan huis zijn. J-F is in goede doen, ziet er bebaard stoer energiek uit. Kleine kelder blijkt verlengd, het duurt even voor we het door hebben, een verborgen keldertje erachter is er bijgetrokken, muurtje doorbroken. Niet dat hij plaats tekort komt, oogst 2016 is wederom een kleine, maar zo kan (middels isolerende gordijnen) hij de kelder in tweeën splitsen, een voor de opvoeding, de ander is fractie warmer eventueel voor de vaten waarvan de wijnen nog het allerlaatste stukje gisting moeten voltooien.

We proeven eerst 2016, la grande surprise, wat een wijnen, wie had dat gedacht na desastreuze voorjaar met nachtvorst en hagel, wisselvallige zomer. Veel is afkomstig van deuxième sortie, tweede uitlopers nadat eerste knoppen het barbaarse voorjaar niet hadden overleefd. Tjits proeft zittend, zoals ook straks bij alle volgende bezoeken, gebroken sesambotje maakt (lang) staan of lopen erg pijnlijk. Niet alle wijnen zijn helemaal uitgegist , ook de malolactique (melkzuurgisting) is nog niet in elk vat voltooid. De bourgogne blanc (3 vaten i.p.v. 10…) is zacht en golvend met mooi gekonfijt zuur toe. De vireuils (bestemd voor de gewone meursault) is lastig te proeven nu, de chevalières is bijna ‘klaar’ doet het al beter, veel materie. Limozin (2 vaten slechts) is helemaal zichzelf, genereus en omarmend. De 1ers crus (daar zijn het 1ers crus voor…!) hebben relatief minste last van alle rampspoed gehad, hier 2/3 van normale hoeveelheid. De poruzot is grandioos, les charmes lang maar aromatisch nog moeilijk, les perrières energiek en elegant. Over naar rood : bourgogne rouge maar één vat in 2016, geconcentreerd maar nu nog reductief. De chassagne rouge (2 vaten ipv 8) is très chassagne, zwart fruit, veel peps en kracht. Clos des Mouches (2 ipv 6) is atypisch, thee, gedroogd fruit, compact en stuurs nog. Beaune bressandes (helft normaal) is de oude wijze heer, charmant, elegant en overtuigend met wat ceder, bosbessen. Proeven we nog wat 2015, die we in (maar meeste al op voorintekening op…) november krijgen. Eerst de beaune bressandes weer, prachtwijn, genereus en voornaam. Gaat 10-20 jaar mee. De chevalières heeft fijn citrus en veel volume in finale, de chassagne morgeot is superjong, tikje ongenaakbaar, crispy en met veel lengte.

Het is inmiddels over enen, hup de auto richting Vaucluse in met wat gougères (Bourgondische kaassoesjes) als lunch, fles Quezac (Marcs favoriete mineraalwater) en fles Vittel om de kelen en door airco geteisterde slijmvliezen op peil te houden. Weer filepech, ergens in buurt van Montelimar is de A7 afgesloten na ongeluk, gelukkig loodst Waze ons eromheen, maar kost wel uur extra en vermoeiend ontelbaar veel ronds points om pas bij Bollène de route weer op te kunnen pakken. Reisplan is dagen voorafgaande aan trip –tig keer aangepast, lastig altijd om bezoeken ver vooruit te plannen, dan kan die weer niet, wil de ander liever de volgende morgen, de derde alleen ‘s ochtends. Enfin we gaan gewoon naar Le Barroux waar we net als vorig jaar bij chique chambre d’hote midden in de Dentelles de Montmirail hebben gereserverd. (Chambres de Campagna) Heerlijke plek, stil, afgelegen, mooi groot piscine, en gastvrouw Brigitte kookt heerlijk (en houdt rekening met voorkeuren en allergieën). Het is vlakbij Suzette van Ferme Saint-Martin, maar daar gaan we uiteindelijk pas op de terugweg langs.

Tijd voor klein weekje vakantie sur la Côte…. Net als vorig jaar in Cavalaire sur Mer. We boffen met het weer, chaud mais pas trop, zeewater heeft ook al juiste temperatuur en kwallen zijn er dit keer (nog) niet.

Zaterdag daarop pakken we de wijndraad weer op en gaan naar de Languedoc, naar Deux Ânes nabij Narbonne, ruim 5 uur rijden, het belooft 36-38 graden te worden. Opnieuw is het mis op de weg, groot ongeluk in buurt van Aix, alle rijstroken afgesloten, verkeersinfo leert dat file gestaag zwelt en je eigenlijk beter niet weg op kan gaan…. Waze gidst ons echter feilloos en fileloos, nauwelijks om bovendien, langs Marseille en zijn étangs, door de Camargue om eerst voorbij Arles de eigenlijke weg te hervatten.

Tegen vieren komen we aan in Peyriac de Mer bij Deux Ânes, ondanks de hoge temperatuur (de krekels schreeuwen zich schor) goed te doen door de heerlijke frisse wind. Hoop veranderingen hier (dat wisten we al): Dominique heeft domein verlaten en woont, werkt nu elders. Antonio de tattoo-man van de wijngaarden is met zijn gezin terug naar Portugal, stagiaire Simon die twee jaar bleef heeft toch (deel) wijngaarden in de Beaujolais van zijn vader overgenomen. Dappere Magali oogt relaxed niettemin, ze haalt schouders op, er is een nieuwe equipe voor het veldwerk en een goede vriendin die haar bij van alles en nog wat, administratie, proeverijen e.d. helpt. Daarbij oogst 2016 was  bij haar in tegenstelling tot in rest Languedoc een genereuze. En een goede ook nog! We trappen af met wat wit, de dix ânes blanc 2015 is niet ons ding, de 2016 hoewel nog reductief veel frisser, geweldig is les deux ânes gris van oude grenache gris zowel in 2015 als 2016, type ‘grand blanc du sud’, licht oxidatief, complex, kruidig, zonnekracht en met een schier oneindig leven voor zich. Premiers pas 2016 is ander verhaal, 100% carignan, 100% carbo (macération carbonique), open soepel, uiterst drinkbaar (want vrijwel zonder sulfiet) maar minder getypeerd van hier door de vinificatie die ook veel beaujolais en meeste zuidspaanse rode wijnen zo eenworstig maakt. Stap hoger is Fontanilles 2015 (nu op voorraad), meer garrigues, écht fruit, avontuur, typiciteit. Verder met L’Enclos 2015 (inmiddels besteld) pas op fles, grootheid in de dop met gekonfijt zwart fruit, olijven, compact en kruidig, geen zwaarte. Ook de cabrioles 2015 van mourvèdre mag er zijn, spicy en peperig, elegantie, bramen, zachte tannines: beau, beau!

Na een af te raden verblijf en diner op het mooi gelegen (dat wel) Domaine Le Bouis in natuurpark La Clape (kant van Gruissan, niet ver van zee), de volgende morgen naar held Cristophe Bousquet van Château Pech Redon, La Clape (en Languedoc) op zijn mooist. De krekels zijn nog aan het inzingen als we om 10.30 arriveren, wind uit zee houdt thermometer in toom. Christophe is ook nog zondags relaxed, slaperig. In de ondergrondse 19-eeuwse kelder waar het zonlicht door de rafels van de al even oude poortdeur probeert heen te kieren proeven we eerst wit. De (volgende dag te bottelen) épervier 2016, uiterst compact (door de maandenlange droogte zomer 2016), zowel zuren als vet, glycerine zijn geconcentreerd (80% grenache, 20% bourboulenc). C vertelt dat evenveel kilo druiven als in 2015 de helft jus (sap) gaf in 2016… De centaurée blanc 16 (80% bourboulenc op hout) is monumentaal, goudgeel van kleur, gekonfijt citrusfruit, hars, rijkdom, meeslepende zuren, grand vin blanc, wordt in December gebotteld. De épervier rouge 2014 (75% syrah, 25% grenache, u weet wel, jaar dat Marc er meeplukte) gaat morgen op fles, we proeven dus laatste keer ‘live’ van het vat. Zwart fruit (het dit jaar grote aandeel syrah), ceder, beetje hout nog van het relatief nieuwe foeder, zacht, fijn en fris ondanks de rijkdom, en vooral: clape-kruiden en –specerijen. Verder nog in het glas (uiteraard ongebottelde) syrah 2016, syrah 2015, riante grenache (als van grote châteauneuf) 2015 om te eindigen met L’Epéron 2015 (najaarsgids) van 100% carignan, rijp en gul, wel het pittige, indringende van carignan, niet het rustieke. Aanrader.

Antiek werktuig voor in de wijngaard: om de stenen en keien kleiner te maken.

Het is plots al twee uur, Marie komt informeren of we nou al een blanc voor het apéro hebben geopend. Helaas geen tijd voor gezamenlijke lunch, wij gaan door, terug omhoog richting Pic Saint-Loup alwaar we voor twee nachten in all-time favorite Auberge du Cèdre hebben geboekt. Het blijkt er warm (35 graden nog om 18.00), erg warm zelfs, ook in onze in principe toch meest koele (tuin)kamer. Niet klagen: het is en blijft een oase met zijn tuin, eeuwenoude ceders, lekker zwembad (‘s ochtends vroeg en begin van de avond, als de dorstige wespen weer zijn opgestegen),  mooi terras, fijne keuken, geweldige wijnkaart.

Jean-Baptiste (JB) Granier

Maandag, Larzac-dag. We hadden ook langs Olivier Jullien gewild, maar die krijgen we niet te pakken, dus we beginnen bij ami Jean-Baptiste Granier (Les Vignes Oubliées) in uithoek Saint-Jean de la Blaquière. Een ambitieus uithoekje, dat wel, er zijn inmiddels nog vier jonge wijnboeren in dit vergeten achterland (voorland?) van de Larzac neergestreken. Zelfs gigant Gérard Bertrand heeft met aankoop van domein van 50ha een grote voet aan de grond gekregen. Bodem, hoogte en microklimaat maken bijzondere wijnen mogelijk, en de grond is hier en in nabije Saint-Privat relatief betaalbaar. Ook Olivier Jullien heeft er wijngaarden en woont er zelfs. We moeten even wachten op Luxemburgse importeur en zijn vader die met ons mee zullen proeven, maar bij Montpellier op vernieuwde A9 door navigatie het bos in zijn gestuurd. Eerst de auto in om naar de verborgen schapengrot net buiten het dorp te gaan. Slimme zet die grot, het is er vochtig, de temperatuur constant en koel. Ook plek –dat merk je soms direct- die ‘goed’ voelt. We proeven diverse vaten (alles gaat op barriques, geen nieuwe) 2016. Mooi die verschillen in terroir, dezelfde assemblage grenache/syrah, is fijn, mineraal (ik noteer lijkt wel Etna-wijn) en compact van schistes (leisteen) maar van grès (zandsteen) vleziger met meer rood fruit. JB noemt 2016 une grande surprise, dat druiven drie maanden stress hydrique zo goed doorstaan hebben. De 2016 ‘Autour de Cinsault’ (85% cinsault) is zacht en blij makend opwekkend ondanks de rijkdom die erachter zit. De 2015 Les Vignes Oublièes (60% grenache, 20 % syrah, 20% carignan, najaarsgids) is een chique glas. Heeft naast alle zuidelijke volheid en kruiderij, een aristocratie en opwekkende subtiliteit die je niet snel elders in Oc zal vinden.

'Werkbank in de wijnkelder van JB Granier

We gaan weer terug naar Saint-Jean, en lopen via de oude vinificatiekelder naar het klassiek platanige dorpspleintje dat door komst van nieuw restaurant nieuw leven is ingeblazen. JB heef de kok (zijn zwager) overgehaald om het drukke, toeristische Montpellier te verruilen voor ‘la campagne’. Hebben ze beiden geen spijt van. Resto zit met lunch en diner vol en kost een drol (dat rijmt), La petit fringale.  Lichte, fantasierijke keuken met veelal biologische ingrediënten en wijnkaart met alle lokale helden. Aan tafel drinken/proeven we ook nog zijn eigen blanc, niet zo bijzonder als zijn rouges. Hij is het met ons eens, en ziet de uitdaging…