Tenuta Migliavacca

Francesco Brezza

Bij Francesco stralen de wijngaarden van gezondheid en ruikt het land naar bloemen en kruiden en ook naar koeien, met zowel het stallige van mest als het zoete van melk.

Via Stefano Bellotti

Stefano Bellotti van Cascina Degli Ulivi tipt me (TB) om langs Tenuta Migliavacca van Francesco Brezza te gaan. Diens vader, de inmiddels overleden Luigi Brezza was in 1964 begonnen biodynamisch te werken en was leermeester voor Stefano.



Zo vertrek ik half juni vanuit de vakantiestek in Bordighera voor een uitstapje 230 kilometer noordwaarts naar San Giorgio Monferrato. Het kost me moeite het strand, de zee en eigen luiheid achter me te laten… Maar wanneer ik van de snelweg het land inrijd word ik opnieuw gegrepen door de schoonheid van Piëmonte. De golvende heuvels met bossen, wijngaarden, graan en hazelnootbomen worden omzoomd door de witte Alpen die het landschap als een soort parelketting sieren. Bij Francesco stralen de wijngaarden van gezondheid en ruikt het land naar bloemen en kruiden en ook naar koeien, met zowel het stallige van mest als het zoete van melk. Ik realiseer me dat wijngaarden me nòg gelukkiger maken dan de zee…

Tenuta Migliavacca

Francesco begroet me hartelijk, we lopen eerst een rondje over het terrein. Ik bewonder de glanzende gezonde ranken grignolino, barbera en freisa. Ertussen groeien verschillende wilde planten en bloemen. De freisa staat hoog op de helling waar de laag humus en aarde relatief dun is, je ziet de door rode klei gekleurde kalkrots hier en daar door het groen schemeren; de grignolino staat aan de voet, waar de laag dikker is. De barbera met zijn van nature uitbundige groei ertussen in. Op de vlakke delen wordt spelt geteeld en bij het woonhuis groente. Op het erf staat ook de koeienstal met een 30-tal koeien. De meeste staan in kleine groepjes binnen, maar er mag steeds een groepje naar buiten. De kalfjes en pinken staan tussen de volwassen dieren en ook de stier heeft gezelschap van jonger vee. Ze dragen allemaal hun hoorns, maar lijken die niet tegen elkaar te gebruiken. Dan gaan we naar de wijnkelder.




Ik vraag Francesco wie of wat zijn vader geïnspireerd heeft om biodynamisch te gaan werken. “Mijn overgrootvader heeft 1921 de grond gekocht, mijn opa heeft er rijst en druiven aangeplant. Vanzelfsprekend gebruikten zij geen chemische gewasbeschermingsmiddelen. Deze werden immers in de wijnbouw relatief pas laat, eind jaren vijftig, begin jaren zestig, geïntroduceerd. Zo ook bij ons. In 1962 heeft mijn vader het bedrijf overgenomen en natuurlijk wilde hij vernieuwen en verbeteren en wilde ook graag in de wonderen van de moderne tijd geloven en chemie gebruiken. Maar toen hij het goedje op het land had gespoten bleek hij er ’s avonds opgezwollen armen van te krijgen. De geconsulteerde huisarts legde hem uit dat je na gebruik van deze middelen beter een paar dagen het land niet op kunt gaan. Mijn vader had daar moeite mee. Hoe kon hij zijn werknemers blootstellen aan iets wat slecht is voor de gezondheid? En wat doet het met je gewas? De keuze was snel gemaakt: dat spul komt er niet meer in. Maar hij moest wel wat anders verzinnen. De moderne tijd stelde hogere eisen aan hem dan aan mijn grootvader. Hij zocht naar een manier van werken waar hij vrede mee had en die toch economisch haalbaar zou zijn. Zo kwam hij in aanraking met Suole e Salute. Een vereniging die zich op biologische landbouw toelegt. Opgericht door een aantal artsen en wetenschappers uit Turijn. Een van hen, professor Garofalo Francesco was geïnteresseerd in biodynamie. Hij vroeg mijn vader om samen een project te starten. Zo is hij onder begeleiding van de Suole e Salute en zijn wetenschappers biodynamisch gaan werken. Om aan de eisen van Steiners ideale boerderij te voldoen moesten er ook koeien komen. Die zijn er nog steeds.”



Terwijl we aan het praten zijn, laat hij originele getypte en gekopieerde velletjes uit de jaren zestig en zeventig zien met daarop aanwijzingen voor het maken van de biodynamische preparaten en de mesthoop. En de eerste stencils van de Italiaanse BD vereniging. En passant proeven we de wijnen. Wanneer ik wat technische details vraag kijkt hij me vragend aan, en antwoordt: “Ik doe niets speciaals. Als de druiven rijp zijn dan oogst ik, ik doe een beetje sulfiet op de most en verder niets. De schillen van de grignolino weken wat korter mee dan die van de barbera en freisa. De wijn vergist en rijpt op oude houten foeders. Voor het bottelen voeg ik nog een beetje sulfiet toe, zo hebben ze straks op fles ongeveer 15 mg/l vrij en 30 mg/l totaal sulfiet.”



De wijnen krijgen hier niet meer aandacht dan de spelt en de koeien. Ze zijn bedoeld om bij het Piemontese eten te drinken. Ze smaken naar gezond fruit: de grignolino naar kersen, de barbera naar rood bosfruit en de freisa naar frambozen en viooltjes, en je ruikt er de geur van Piëmonte en het boerenland in. De smaak is oprecht en gul. Ik toon mijn enthousiasme en zeg dat ik contact met hem opneem wanneer ik weer in Nederland ben. Francesco: “Bel me dan liever, want ik heb niet genoeg tijd om achter de computer te zitten om e-mails te beantwoorden.”

TB



Francesco Brezza