Reisverslag juni 2018, deel IIB: van Lyon tot Suzette

Juni 2018

Nadat ik Marc op het vliegveld van Lyon heb afgezet rijd ik (Tjitske) naar het zuiden. Voor een weekje vakantie bij Ferme Saint Martin in Suzette. Ze hebben een kleine gîte midden in de Dentelles de Montmirail. Ik verheug me op het landschap, en de geur van de Provençaalse garrigues. Vanaf het domein heb je uitzicht op de Mont Ventoux, de wijngaarden en het pittoreske Suzette. Onderweg heb ik bezoeken in de Noordelijke Rhône en Ardèche op het programma staan.

De zuidelijke rondweg van Lyon is tussen de middag appeltje eitje, ik ben ruim op tijd in Ampuis voor een broodje. Achter het hotel Guibert op de hoek blijkt een fijn terras te zijn waar ook veel locals lunchen. Ze hebben er een eenvoudig menu, en aanpassingen voor mijn dieet worden zorgvuldig en met aandacht gemaakt. Ik krijg een heerlijke gevulde salade bij mijn glas condrieu. Nu eerst maar even Telfort bellen, sinds ik de Franse grens over ben is het internet er niet of belabberd. Er blijken te weinig ontvangstpalen in de regio te staan en waarom het in Noord Frankrijk niet lukte is niet bekend. Men adviseert handmatig een provider op te zoeken…. Dat wordt lastig alleen in de auto…

Wijngaarden bij Condrieu

Op naar Chavanay. Ik begin te mijmeren. Natuurlijk over het eerste bezoek aan nestor Albert Dervieux in 1986. De wandeling op oude stoffen gympjes in de bloedhitte van Vienne via Verenay naar Ampuis om daar aangekomen te horen dat de kelder van Dervieux in Verenay zit… Dervieux is er niet meer, zijn kelder door Rostaing overgenomen. Gelukkig werken we alweer bijna dertig jaar met Brigitte Roch en Gilbert Clusel. En ook zij zijn alweer bezig het bedrijf aan zoon Guillaume over te doen. Time flies. Guillaume is een handelshuis begonnen, zodat hij zijn wijnen uit de les coteaux du lyonnais in dezelfde kelder mag maken en verkopen als die van zijn ouders. En passant maakt hij er wijn van de oogst van bevriende wijnboeren. Maar ik dwaal af want ik ben op weg naar Maxime Verzier. In Condrieu sla ik haaks rechtsaf om via een stijl weggetje het plateau op te rijden. Het is er enigszins verlaten. Hier is wijnbouw gewoon weer landbouw en geen toeristenkermis. We kwamen er vaak eind jaren tachtig toen we nog met Pierre Gaillard werkten, in het middeleeuwse dorpje Malleval. Clusel en Gaillard zijn bevriend, en waren indertijd net begonnen en druk aan het experimenteren welke vinificatie en opvoeding het beste bij hun wijnen pasten. We proefden uit den treure wijn uit diverse barriques: van verschillende tonneliers, een ander soort hout of met een andere branding. We hielden toen ook al niet van de smaak van nieuw hout, maar durfden dat nog niet zo hard te zeggen… Interessanter was het verschil tussen wel en niet ontstelen en kneuzen van de druiven, en de bodem natuurlijk….

Wijngaarden op weg naar Chavanay

Inmiddels ben ik aangekomen bij Maxime. Hij was aanwezig op de Saint-Joseph proeverij van Perswijn en wij waren onder de indruk van zijn witte saint jo. Het domein blijkt al bijna 200 jaar van de familie te zijn. Maxime heeft net de teugels in handen gekregen. Hij is jong, vol bravoure en vrij zeker van zichzelf. Discussie over sulfiet gebruik of filosoferen over wel of niet ontstelen is er niet bij. We proeven de net gebottelde wijnen. Op mijn vraag of ik ook 2017 uit het vat mag proeven krijg ik een bedenkelijke blik toegeworpen. Vous savez… daar heb je toch enige ervaring voor nodig… Na aandringen krijg ik er drie te proeven…. Ik krijg monsters 2016 mee en ga weer terug naar Verenay, op naar Brigitte Roch.

We gaan er even voor zitten. Brigitte heeft inmiddels vier kleinkinderen en haar aandacht wordt verdeeld tussen hen en het domein. Ze vertelt in rap binnensmonds Frans dat de overdracht aan zoon Guillaume bijna rond is. Ze zal samen met Gilbert Clusel nog wel op de achtergrond meewerken. De côte-rôties worden weer op allocatie verkocht. Dit komt niet alleen door de kleine oogst, maar ook doordat Guillaume hard aan de weg timmert om zijn coteaux de lyonnais aan de man te brengen, de klanten vragen dan ook om côte-rôtie.  Normal... Dan gaan we de kelder in. We beginnen met de witte coteaux de lyonnais 2017 Hecto, van chardonnay, maar de geur doet als altijd aan viognier denken. Dat moet haast wel door de natuurlijke gisten in de kelder komen. Hij is natuurlijk niet zo rijk, en gelukkig ook wat frisser maar de overeenkomsten zijn duidelijk. De condrieu verchery 2017 is prachtig. Wat vroeger geoogst om fraîcheur te bewaren. Ruikt naar witte perzik en steenfruit, de weelderige smaak is mooi in balans met een prettig zuur en zilte mineraliteit. Helaas zijn er dit jaar maar vier in plaats van acht vaten van geoogst. De rode lyonnais cuvée Galets komt van drie soorten terroir: galets (jawel... de echte ronde keien), gneis en graniet. We proeven ze apart, de galets geven veel fruit, gneiss ook, maar die is net wat voller en ronder. De graniet-cuvee is stevig, gestructureerd. Komt ook van oude stokken (70 – 90 jaar). De wijnen rijpen op houten barriques waarvan 5% nieuw. Brigitte legt uit dat ze het hout  tegenwoordig zelf kopen. De meeste tonneliers laten de planken twee jaar drogen, zij hebben liever dat ze dat vier jaar doen. Het hout komt trouwens uit Nevers dat is niet zo opdringerig van smaak als dat uit Allier.

Ambachtelijk klaren met kippeneiwit

De côte-rôtie classique is omgedoopt tot schistes (leisteen). Hebben ze dan ook côte-rôtie percelen op graniet? Nee, maar de andere twee dragen de naam van de wijngaard. We lopen langs een grote doos met eieren, Brigitte: Gilbert is net de rode wijnen aan het klaren… Ambachtelijk met kippeneiwit, twee per barrique. Het eigeel vries ik in, daar maak in tijdens de oogst taarten van voor de vendangeurs. De eieren komen van een bio-boerderij uit Tupin, het dorp verderop. Allemaal heeeel duurzaam dus. Mag je nog met echte eieren klaren? Het wordt getolereerd…. En filteren jullie? Alleen de laatste beetjes uit de barrique, anders zouden we die weg moeten gooien… Ik vraag gelijk door of de vinificatie nog veranderd is. Nee hoor, ze somt op: bij de coteaux lyonnais vergist een derde als vendange entière, niet gekneusd; een derde ontsteeld en wel gekneusd en een derde alleen ontsteeld. Bij de côte-rôtie bestaat de helft uit gekneusde vendange entière; de andere helft is ontsteeld waarvan weer de helft ook gekneusd. Hele trossen geven fijn fruit, rijpe steeltjes dragen bij aan de complexiteit en frisheid van de wijn maar laten de zuurgraad iets dalen… Het is zaak om de goede balans te vinden. Dat is in 2016 in ieder geval weer goed gelukt. Beauty’s zijn het. Met rijp, maar niet overrijp fruit, fijne zuren – elegantie – mineraliteit. Het lijkt een standaardrijtje als proefnotitie maar bij onze selectie zijn het essentiële elementen. Het maakt de wijnen drinkbaar en dorstlessend.

Ik slaap in Hotel des Vignes in Ampuis, het is degelijk en functioneel. Ik verheug me op het eten bij de Bistrot la Serine. Helaas zijn er weinig gerechten geschikt voor mij. Ik kies uiteindelijk de steak tartare waar – omdat ik geen tabasco mag eten – ook de uitjes, kappertjes en cornichons zijn weggelaten (die zitten samen met de tabasco in de saus, madame). Het is saai en smakeloos. In Piëmonte heeft het vlees tenminste nog smaak als ik daar carne battuta zonder truffel eet, hier niet. Als de ober het bord afruimt en me sip ziet kijken, antwoordt hij dat hij dat wel verwacht had.

Kelder bij Domaine des Accoles

De volgende dag op naar Privas om Domaine des Accoles van Florence et Olivier Leriche te bezoeken. Hij heeft lang voor Domaine de l’Arlot in Nuits Saint Georges gewerkt. Marc heeft de wijnen eerder in Parijs geproefd, we proefden ze samen op Millésime Bio. We werden verleid door de elegantie en de terroirexpressie van de wijnen en doen een proefbestelling Rendez-Vous des Acolytes (grenache), Recto Verso (wit van rode grenache) en Chapelle. Helaas toonden deze tot nu toe nog niet hun potentieel: zowel wit als rood waren wat reductief wat ze minder aantrekkelijk maakt. Hoog tijd voor een bezoek aan het domein om wijnen en makers beter te leren kennen.

Thuis had ik al gezien dat de kelder op de bedrijvenzone van Privas staat, maar mis hem toch en kom bij de Super U uit. Nog een rondje, weer mis… Mijn telefoon kan me ook niet helpen, internet van Telfort doet het weer niet, en de telefoon van Olivier heeft blijkbaar slecht bereik in de kelder. Ik schiet een voorbijganger aan die me naar de kelder toe brengt, hij moest toch naar de Super U…

De grijze hangar is niet wat je je van een biodynamische wijnkelder voorstelt… Olivier legt uit dat ze een mooie gewelfde kelder vlakbij de wijngaarden hadden, maar die werd te klein. Bouwen mag niet (meer) tussen de wijngaarden, dus een hangar op het bedrijventerrein is de (enige) oplossing. Hij is wel praktisch en groot. Een gedeelte van de ruimte is afgeschermd en geklimatiseerd en bedoeld voor de vinificatie en rijping. Van twee tonnen is een barretje gemaakt.

Olivier begint over de bijzondere terroir te vertellen. De heuvel waar hun wijngaarden op ligt lijkt een beetje op die van Corton. Op het hoogste gedeelte ligt bos. De wijngaarden liggen tussen de 80 en 180 meter hoog. De bodem bestaat uit argilo-calcaire (klei en kalk) maar de herkomst van de kalk verschilt. Bij de hooggelegen wijngaarden is die afkomstig uit het Mioceen (en is ongeveer 15 miljoen jaar oud) bij de laaggelegen uit het Krijt (ongeveer 130 à 140 miljoen jaar oud), hier vind je ook fossielen. De toplaag bestaat uit kalk, zand en klei, de kleur varieert van grijs-oker naar rood.

Mijn zintuigen zetten zich schrap: dit wordt weer een masterclass kalkbodem proeven! (zoals we eerder deze reis in Sancerre deden). Marc en ik hebben beiden een voorkeur voor wijnen van kalk. Deze geven in Franse wijnen opwekkende fraîcheur en vaak een kabbelende, energieke mineraliteit. Vincent Dauvissat leerde ons dat de zuren van wijnen van kalkbodems frisser overkomen. Maar tijdens mijn reis in de Dolomieten vorig jaar merkte ik dat de kalk daar juist voor een zachte rondheid zorgt. Zou Kimmeridgien kalk dan voor die nervositeit en frisheid zorgen? Maar Jura-kalk heeft die eigenschap nog veel sterker. Er hebben zich er meer over dit onderwerp gebogen… (Chris van der Meene MV schreef er zijn scriptie voor Magister Vini over).

Een 'gryphe'-fossiel

Nu eerst de Rendez-vous des Acolytes. Een cuvée van 100% grenache van twintigjaar oude stokken van diverse percelen. Wij vielen op deze wijn omdat hij – voor een grenache – zo elegant is. Het alcoholpercentage is beschaafd 12,5% met in de smaak klein bosfruit en zwarte olijf. Vervolgens proeven we langzaam de berg  op: van het Krijt naar het Mioceen… ‘Le Cab’, cabernet sauvigon herzien (revisité) zoals de Leriches hem omschrijven. De helft als vendange entière (hele trossen) vergist, wat voor elegant fruit zorgt. Je herkent voor alles de terroir (kabbelende elegante mineraliteit), de druif proef je pas ergens achteraan in de smaak. Olivier: ik houd niet van cabernet sauvignon, ik wil vooral een drinkbare wijn maken. Dan volgt ‘Gryphe ’ een pure carignan van 60 jaar oude stokken. Olivier: het is de meest noordelijke wijngaard waar carignan kan rijpen, proef nou eens hoe elegant hij is! Ik houd niet van zware wijnen met veel extractie. Als je met zijn tweeën in een restaurant een fles wijn bestelt en niet leeg drinkt dan heb je als wijnmaker iets verkeerd gedaan… En als men gaat discussiëren van welke tonnelier het hout komt, dan heb je het echt verbruid... We gaan door naar ‘Miocene’  een assemblage grenache - syrah van de top van de heuvel. De bodem is wit met kalk en krijt in de toplaag. Fris fruit, kersen, mineraliteit, met vooral een fijne structuur. In de afdronk heeft hij iets drogends. Tannines? Olivier legt uit dat kalk uit het mioceen altijd een wat drogend mondgevoel geeft. De laatste wijn ‘Chapelle’ komt uit een wijngaard van oude kriskras door elkaar geplante grenache, carignan, cabernet, syrah en enkele lokale soorten zoals couston en auben. De wijn is zeer elegant, fijn, zuiver en zacht door fijne terroir en wijnmakershand. Olivier: mijn côté feminin… 

Het is inmiddels half twee, mijn maag rammelt. Ik neem afscheid, stap de auto in. Waar zou ik snel een broodje kunnen vinden? Bij de Super U natuurlijk! Niet zo bio, wel vers. Ik neem de rotonde voor de derde keer vandaag en doe gelijk boodschappen voor de gîte in Suzette. De autoroute schiet niet echt op, maar het rijdt wel, men spreekt van bouchon accordeon… Er zit helaas niet veel muziek in…

Uitzicht vanaf het terras bij Ferme Saint Martin

Ik kom eind van de middag in Suzette en het voelt als thuiskomen. De geur van de tijm, rozemarijn, pijnbomen en lavendel komt me tegemoet. De gîte is fijn, er is zelfs een zwembad! In Suzette (tien minuten lopen) is tegenwoordig een soort Auberge waar je zowel voor koffie, aperitief, als voor lunch en diner terecht kunt. Het is wel warm (36 graden…) en die temperatuur zal de hele week aanhouden, maar bovenop de heuvel is er wind, ’s nachts koelt het goed af. En dan zijn er natuurlijk ook de verkoelende wijnkelders…

Oprijlaan bij Domaine la Cabotte (Massif d'Uchaux)

Op maandag ga ik naar La Cabotte. We hadden alle wijnen al op Millésime Bio geproefd, maar wil Marie-Pierre en Eric graag even dag zeggen. Ze hebben dit jaar enorm last van meeldauw… In die mate dat ze waarschijnlijk geen grenache kunnen oogsten… Een zuidelijke Rhône zonder grenache… Dat is als muziek zonder geluid, een boek zonder woorden. Ze lijken me geen types om à la Thomas Pico een Vin de France van gekochte druiven te gaan maken. Eric wil gerede wijn kopen. Bij hun uit de buurt. Zodat je wel dezelfde appellation blijft verkopen. En dan het liefst van BD boeren. Maar ja, zouden die niet hetzelfde probleem hebben? Vanuit het proeflokaaltje kijk je uit op de wijngaarden. Ze staan vol met onkruid. We zijn niet aan ploegen toegekomen. Alleen maar met bestrijden van meeldauw bezig geweest. Hiervoor gebruiken ze naast koper, thee van paardenstaart, brandnetel en akelei. We proeven 2017 van fles. De kwaliteit is uitstekend, de kwantiteit minimaal… We sluiten af met de 2016 Chateuneuf du Pape. De eerste jaargang waar nieuwe perceel Champouin ook in zit. Het perceel ligt in het noorden van de AOC, vlakbij Beaucastel, de stokken zijn geplant in 1929. De wijn rijpt op cuve en gebruikte houten vaten. De geur is heel klassiek met kruiden, rijp fruit, teer, maar ook chocola en zeste d’orange. Tres beau, chapeau!

In de buurt bij Adrien, in het achterland van Vacqueyras

Op donderdag ga ik naar een nieuwe Gigondas producent, Adrien. Hoewel de wijn goed was – we hadden al een monster geproefd – springt de vonk niet echt over. Het loopt overal niet echt lekker. Ik ben op tijd, maar het gaat wederom om een ‘hangar-kelder’ er hangt geen bordje. Er liggen alleen wat pallets buiten. De plek geeft me een beetje een unheimisch gevoel, weet niet zeker of er een niet een enge man of valse Duitse herder achter de deur staat. Bel Adrien. Neemt niet aan. Rijd nog een rondje om te zien of het domein misschien daar in de buurt is. Kom weer terug op de plek, bel nog een paar keer en opeens heb ik contact. Hij is gewoon te laat. We beginnen met wijnen op fles. Allemaal geopend met de Coravin. Ik hoop dat ik er niemand mee voor het hoofd stoot, maar ik heb tot nu toe nog geen frisse overtuigende wijn uit de Coravin geproefd. Oké, als je de wijn kent, herken je voor laten we zeggen 80% het bedoelde product maar ik heb tot nu toe nog niet dezelfde proefervaring gehad als wanneer je de fles net openmaakt. Zo ook hier. Adrien wijdt het aan de capsule met argongas, die zou lekken. We maken een nieuwe fles open en die herken ik wel als volwaardig. Daarna gaan gelukkig alle flessen opnieuw open. Ondertussen wordt hij gebeld door een vrachtwagenchauffeur die een pallet wil laden. Het een en ander neemt Adrien in beslag waardoor er minder aandacht voor de wijnen is. We proeven nog wat 2017 van cuve, en als ik opmerk dat de Vacqueyras wat drogend is, antwoordt hij laconiek: klopt ik heb gisteren een dosis sulfiet toegevoegd. Ik neem monsters mee zodat we de wijnen thuis nog kunnen terugproeven. En ga naar Gigondas zelf.

Gelukkig ook nog een rustig straatje in Gigondas

Het lijkt de Lage Vuursche op zondagmiddag wel, wat een drukte. Ik parkeer, loop naar een terras zoek een klein tafeltje in een hoekje uit. Non, madame, c’est reserve… Oeps… Ik krijg een tafel in het midden van het terras. Dat schijnen in Frankrijk dé tafeltjes voor eentjes te zijn. Kun je lekker naar de mensen kijken en de mensen vooral ook naar jou. Ik kijk naar de menukaart en voorzie problemen. Sta op en loop naar een ander restaurant, een wijnbar. Geen plaats. Bij het derde terras heb ik wel prijs. Een fijn hoekje, aardige bediening, gezellige Engelsen naast me en geschikte salades. Na de lunch ben ik nieuwsgierig om een paar wijnen in het Maison du Vin te proeven. Dat is nog steeds gratis. Je moet er wel zin in hebben, de meeste gigondassen hebben ongeveer 15% alcohol, en buiten is het nog steeds 35, 36 graden. Maar ik ga ervoor. Vraag alle biowijnen – het zijn er 26 – en zie wel waar het schip strand. Ook fijn om zo de wijn van Adrien in de context met bekende namen te kunnen beoordelen. Hij komt in de eerste helft aan bod. Toujours bon. Ergens bij wijn nummer twintig wordt het worstelen met de concentratie. Ik voel de alcohol in mijn hoofd, en op mijn papillen. Er proeven ook toeristen, waardoor ik steeds moet wachten, krijg maar kleine beetjes… En de wijnen worden door middel van een soort vacuüm systeem bewaard, dus zijn ook niet in optima forma. En dan opeens… Iets bijzonders. Net anders dan de andere… Lekker rijp fruit, maar ook de kruiden zijn mooi aanwezig. Vol en rijk maar niet plakkerig. Gul en zoet bijna. En verwarmend natuurlijk. En ik hoor krekels. Vraag aan mijn buurman – die bij het aanschouwen van mijn 26 flessen al gezegd heeft dat hij leek is – wat hij van deze wijn vind: ja mooi, knikt hij bescheiden. La Roubine, mmm…! Daar moet ik langsgaan. En ik kan er gelukkig vrijdag terecht!

Het  kerkje in Suzette