Oui oui, die Côte du Py

De meest gereputeerde wijngaard van de Beaujolais: la Côte du Py, een grand cru (285 ha), binnen cru (1100 ha) Morgon, door zo’n 170 wijnboeren bewerkt… Maar dat doet niet iedereen op dezelfde manier… Van ‘ouderwets’ chemisch onkruid, insecten en ziektes bestrijden en kunstmest gebruiken, tot het biodynamisch werken met kruidenpreparaten en de wijngaard ploegen met het paard.

Terroir

De Py (oud Frans voor –platte- heuveltop) is 358 m hoog en verbindt de dorpjes Villié en Morgon. Er wordt al minstens 1000 jaar wijn gemaakt… De bodem, hoewel niet homogeen, bestaat voornamelijk uit sterk verweerde, poreuze (blauwige) leisteen met veel ijzeroxide en mangaan. Dit is het belangrijkste verschil met andere crus van de Beaujolais (en ook andere ‘climats’ in Morgon, zoals Les Charmes), waar de bodem vooral uit harde roze of grijze graniet bestaat. De wijnen van de Côte du Py van serieuze, natuurlijk werkende producenten als Foillard, Breton, Burgaud, Lapierre, Descombes en ‘onze’ Bonne Tonne kunnen goed en spannend ouderen, beter en subtieler vooral dan de andere crus in de Beaujolais. De magie van de Côte du Py….Liefkozend wordt er over een mooi gerijpte gezegd ‘Morgon morgonne’…. Het perceel (0,70 ha) van Bonne Tonne ligt halfweg de heuvel en wordt met het paard én biodynamisch bewerkt, de stokken zijn 60-80 jaar oud.

Vinificatie

Het wijnmaken zelf kent ook zo zijn varianten: de thermovinificatie, nieuw en gelijk omarmd in de jaren tachtig, kent nog steeds veel adepten. Helaas. De druiven worden verhit tot 60 (!) graden en na een paar uur weer sterk afgekoeld, waarna met behulp van geselecteerde gisten (de echte zijn al lang dood…) de gisting alsnog kan beginnen. Deze wijnen hebben veel kleur, dat is zo’n beetje het enige positieve dat over deze barbaarse methode te zeggen valt. De tannines zijn groen, elke notie van terroir is weg, zo die al ooit in de druiven had gezeten dan. De traditionele macération semi-carbonique wordt het meest toegepast. Hierbij worden de hele druiven, dus niet gekneusd in gesloten gisttank gedaan, waarna een soort van intracellulaire gisting volgt (waardoor veel fruit, weinig tannines), de druiven barsten uiteindelijk vanzelf open, er wordt koolzuurgas toegevoegd om druiven tegen oxidatie te beschermen, vaak vanaf het begin tot het eind (volledige macération carbonique, veilig als je zonder sulfiet werkt, ‘methode Marcel Lapierre’), meestal worden de druiven eerst gekoeld tot 12-13 graden, door sommigen wel tot 6 à 7 graden. De totale gistingsduur, in de zin van schilcontact kan enorm verschillen, van paar dagen tot wel twee, drie weken. Ook wat daarna met de wijn gebeurt speelt een grote rol: vroeg bottelen of langdurige rijping op grote oude houten vaten, kleine barriques, beton of roestvrijstaal…. De verschillen zijn groot…

Bij Bonne Tonne

Bij Bonne Tonne duurt de klassieke macération semi-carbonique 15 à 20 dagen , zulks zonder toevoeging van exogene gisten of sulfiet, alleen in het begin wordt wat koolzuurgas gebruikt, de temperatuur wordt op 10 tot 15 graden gehouden afhankelijk van de jaargang, dit verschaft de wijnen een supplement aan finesse, de koele zachtheid van zijde… Als de wijn bijna uitgegist is wordt deze ter rijping in grote oude houten vaten overgeheveld. Rijping duurt 14-18 maanden, de wijn wordt zonder enige toevoeging, ongefilterd op fles gebracht.

(met dank aan artikel in Perswijn uit 2016 van Lars Daniels MV en een ouder stuk (2011) in Le Rouge et Le Blanc over Morgon)