Begrippen

    • AIAB: Associazione Italiana per l'Agricoltura Biologica. De regelgeving heeft zowel betrekking op de wijnbouw als de vinificatie. AIAB maakt onderscheid tussen toevoegingen en technieken die aangeraden, toegestaan en verboden worden. Waardoor de strikte regels uiteindelijk redelijk ruim zijn. Ze hebben een eigen regelgeving die wordt gecontroleerd voor het gebruik van het logo. Exogene gistcellen en enzymen zijn indien nodig toegestaan, sulfietgebruik is gelimiteerd.

    • Alcohol: De basis…. Ethanol is de wetenschappelijke naam. 17 gram druivensuiker geeft 1 graad alcohol. Alcohol geeft ook een lichte zoetimpressie, die zuren en tannines maskeren, vandaar misschien de voorkeur bij beginnende wijnliefhebbers voor wat ‘zware’ Zuidfranse, Spaanse of ‘nieuwe wereld’-wijnen…..

    • Aligoté: De ‘andere’ witte druif van de Bourgogne. Ooit de meest aangeplante. Kan een leuk, verfrissend en zelfs terroir-getypeerd glas opleveren mits afkomstig van oude stokken en goede bodem. Deze vind je met geluk nog wel eens bij een goede producent in Meursault, Puligny- of Chassagne-Montrachet.

    • Appellation: Voluit Appellation d’Origine Côntrolée (A.O.C.) oftewel officieel gecontroleerde herkomstbenaming. Productiegebied, opbrengsten per hectare, druivensoorten, minimum (en maximum….) toegestane alcoholgehalte, hoeveel suiker en zuur er toegevoegd mag worden en nog meer zaken zijn vast omschreven en gecontroleerd door het almachtige en starre I.N.A.O. (Institut National des Appelations d’Origine).

    • Assemblage: Samenstelling (van wijn) uit meerdere druivensoorten. De meeste bordeaux zijn bijvoorbeeld gemaakt van een assemblage (merlot, cabernet franc, cabernet sauvignon), net als de languedocs (grenache, syrah, carignan, mourvedre...).  
      Bourgognes daarentegen komen meestal van één druivensoort: chardonnay (wit) of pinot noir (rood). Toch wordt hier de term ook wel eens gebezigd als de druiven van verschillende percelen worden gemengd. Voorbeeld: de meursault van Henri Germain is afkomstig van drie akkers: les vireuils, clos du cromin en les pellans.

    • Bacillus Thuringiensis: Dit is een bacterie die een gif afscheidt dat bij insecten en hun larven, vooral rupsen, de darmwand aantast, waardoor deze stopt met eten en dood gaat. Het gif van B. Thuringiensis, is voor mensen en voor de meeste andere insecten niet schadelijk. De bacterie zelf wordt daarom wel gebruikt als natuurlijk bestrijdingsmiddel.
    • Barbera: meest aangeplante blauwe druif van Italië en dan voornamelijk in Piemonte. Fris in zijn zuren, niet al te tanninerijk, en indien goed gevinifieerd (niet te veel hout a.u.b.), afkomstig van lage opbrengsten en goede grond (Barolo, Barbaresco) een aantrekkelijk glas barstend van het fruit barend.

    • Barriques: kleine houten vaten (van 225, 300 of 400 l) meesttijds van eikenhout. Manier van branden, de origine van het hout (geen goedkoop Amerikaans s.v.p.) en de leeftijd van de vaten zijn van invloed op de hout(smaak) in de wijn.

    • Bâtonnage: Oude Bourgondishe techniek (tactiek?), tegenwoordig over de wereld toegepast, om witte wijnen meer ‘vet’ te doen krijgen. Met behulp van een ‘bâton’, een soort grote roerstok, wordt het bezinksel (lie) onder in het vat, door de wijn geroerd. Dat voedt de wijn en zorgt zo voor meer aromatische complexiteit en rijkdom.
      Wordt ook wel voor rode wijnen gebruikt, maar dat is niet zonder risico, de druiven (schillen) moeten wel heel gezond zijn, anders bestaat grote kans op ongewenste geur- en/of smaakafwijkingen.

    • Bentoniet: Bentoniet is een in de natuur voorkomende natrium-kleisoort met deeltjes die zo klein zijn dat ze de grond waterdicht kunnen maken. Bentoniet wordt gebruikt om wijnen te klaren waardoor onder andere eiwitten neerslaan.

    • Biodyvin: Biodyvin is in 1997 door Marc Kreydenweiss, een wijnboer uit de Elzas, opgericht omdat er behoefte bestond aan een biologisch-dynamische organisatie voor wijnbouwers. Bekende leden zijn: Marc Kreydenweiss, Alain Moueix, Olivier Humbrecht. Biodyvin heeft een eigen regelgeving. Ook moeten producenten analyses van de wijnen overhandigen en een vragenlijst invullen zodat bekend is hoe de wijn is gemaakt. Controle en certificering hebben dezelfde routing als Demeter: de wijnen (en productie) krijgen het biologisch certificaat van een door de overheid aangewezen instantie (bv Ecocert), Biodyvin geeft een eigen certificaat. Gecertificeerde wijnen mogen gebruik maken van het logo. Exogene (toegevoegde) gistcellen zijn alleen toegestaan indien ze de smaak minimaal beïnvloeden, enzymen zijn verboden, gebruik van sulfiet is beperkt.

    • Biologisch: Men streeft naar behoud en verbetering van de vruchtbaarheid en biologische activiteit op lange termijn; onderhoud en ontwikkeling van de biodiversiteit, behoud van genetische diversiteit; behoud van de kwaliteit van het water; vermijden van vervuiling. Het doel is zowel de kwaliteit van het leven als van het product te verbeteren. Gebruik van kunstmest en chemische bestrijdingsmiddelen is verboden. .

      Zie ook: Vinoblesse natuurlijke wijnen

    • Biologisch-dynamisch:Biodynamie is een manier van landbouw zoals Rudolf Steiner deze heeft omschreven. Deze is geënt op de door Steiner ontwikkelde filosofie de antroposofie. De werken van Goethe hebben hem geïnspireerd. Steiner ziet de natuur als een groter geheel waar ook de kosmos deel van uit maakt. Hij pleit in de landbouw voor polycultuur zodat elke boerderij een op zichzelf staande en zelfverzorgende entiteit wordt.
      Puur taalkundig gezien verwijst het woord zowel naar teelt zonder kunstmest en chemische gewasbeschermingsmiddelen (biologisch) als naar het daaraan toegevoegde dynamisch wat voor beweging, dynamiek en kracht staat. En dit bewustzijn voor beweging, dynamiek en kracht van de natuur maakt biologisch-dynamisch een bio plus.

    • Biologisch-dynamische_preparaten
      Rudolf Steiner wijst in de Landbouwcursus (1924) op de bijzondere werking van de preparaten. Door deze bijzondere zorg in de landbouw worden de grond en de planten gevoeliger voor kosmische invloeden. Er ontstaat een intensief contact met de kosmische levenskrachtenwereld, wat maakt dat de plant zich vanzelfsprekender naar zijn eigen oerbeeld kan verwezenlijken. De aarde komt als het ware dichter bij de hemel.
      De klassieke biologisch-dynamische preparaten bestaan uit de twee spuitpreparaten en zes compostpreparaten. De spuitpreparaten, kiezel- en koemestpreparaat, worden over de gewassen of over het veld gespoten. De compostpreparaten, duizendblad-, kamille-, brandnetel-, eikenschors-, paardenbloem- en valeriaanpreparaat, worden bij het vercomposteren van plantenafval of mest toegepast.De meeste preparaten worden in het najaar gemaakt, waarna een rustperiode in de grond volgt tot het voorjaar. Hoornkiezel wordt in de zomer gemaakt. Het brandnetelpreparaat (en het duizendbladpreparaat) worden gedurende een heel jaar geprepareerd.
      Bron: bd-vereniging nederland en gaiabodem.
    • Biologisch-dynamische_Compost: Als basis wordt koeien, paarden of schapenmest gebruikt. Hieraan worden zes kruidenmengsels toegevoegd. Het zijn preparaten op basis van duizendblad, kamille, brandnetel, eikenschors, paardebloem en valeriaan. Ze bevatten mineralen zoals kalium, ijzer, kalk, silicium en zwavel en geven de compost levenskracht, zodat deze in staat is nieuw leven voort te brengen: “We moeten weten dat bemesten een levend maken van de aarde moet betekenen, zodat de plant niet in dode aarde komt te staan en moeite heeft om vanuit haar eigen leven alles op te brengen wat nodig is om vrucht te dragen. Ze brengt gemakkelijker op wat voor de vruchtvorming nodig is wanneer ze al direct in het leven wordt ingebed”. Steiner ziet de composthoop in zijn totaliteit als een lichaam en de preparaten voorzien deze van organen. Voor het bereiden van de preparaten gebruikt Steiner organen waarin de kruiden moeten rijpen om ze aardse en astrale kracht te geven.

    • CBMT: Compostpreparaat van Maria Thun
      Maria Thun ontwikkelde een eigen compost; in Frankrijk bekend als ‘ compost de bouse M.T. ’ in Nederland is deze compost bekend als het koeflattenpreparaat. De basis is koemest die voor humus zorgt, daaraan worden basalt -jonge vulkanische klei - en eierschalen toegevoegd. Dit mengsel wordt gedynamiseerd en vermengd met de 6 preparaten. Als het na 27 dagen klaar is wordt het in afgesloten potten in de kelder bewaard. Het wordt veelal toegepast in combinatie met het koemestpreparaat (500).

      Black Dead Arm (BDA): In Europa is deze ziekte recent ontdekt. Hij wordt veroorzaakt door de botryospaeria champignon. Preventie geschiedt ook door laat te snoeien, aangetaste stokken worden vernietigd.

      Bodembedekkers: Het wortelstelsel van bodembedekkers en groenbemesters dragen bij tot het opneembaar maken van voeding en verhogen het organisch materiaal in de bodem. Door maaien en ploegen wordt de groei gecontroleerd en in de hand gehouden, waarbij de plantenresten, de biomassa, in de bodem achterblijft. Hierdoor wordt de hoeveelheid organische stof in de bodem verhoogd, waardoor niet alleen de vruchtbaarheid van de grond verbetert, maar ook het absorptievermogen, wat een gunstige invloed op de waterhuishouding heeft en beschermt tegen erosie. Daarnaast stimuleert het de biodiversiteit waardoor een evenwichtig natuurlijk milieu kan ontstaan waar minder of geen behoefte is aan bemesting of bestrijding tegen schadelijke insecten of ziektes. Bodembedekkers verhogen de fysische draagkracht van de grond en beschermen de grond tegen compact worden. Zij functioneren als mineralenbuffer voor meststoffen waardoor deze minder makkelijk uitspoelen in het grondwater en beschikbaar blijven voor de plant. Ook beschermen ze de bodem tegen erosie.

      Botrytis: voluit botrytis cinerea, schimmel die druiven kan aantasten na warme, vochtige periode. Slechts in sommige gevallen iets bijzonders bijdragend aan de wijn (zie pourriture noble), vaak echter ongewenst, zie pourriture grise

      Bouchet, François: In Frankrijk heeft François Bouchet de methode voor de wijnbouw ontwikkeld. Hij schreef het boek: L’agriculture bio-dynamie en adviseerde beroemde bedrijven zoals Domaine Leflaive in Puligny-Montrachet. Hij is in 2005 overleden.

      Bourboulenc: leuke laatrijpende witte druif gebruikt als verfrissing in samenstellingen van zuidelijke witte wijnen als lirac en châteauneuf-du-pape.

      Bramen en bosbessen: De geur van bramen en bosbessen hoort bij een krachtige jonge tanninerijke rode wijn. Hoewel sommige rode wijnen dit aroma jarenlang kunnen vasthouden. Het is een aroma van rood fruit met een vleugje zuren. Zie dit niet als negatief maar eerder als verrijkend voor de wijn. Je vindt het onder andere bij carignan in de Languedoc, bij Aloxe-Corton in de Bourgogne, bij syrah uit de Rhone. En zeker bij de cabernets uit de Loire (saumur-champigny, touraine rouge).
      Om het aroma goed te leren herkennen kun je het best een pot jam kopen, of zelf jam van dit fruit maken. Het aroma komt beter vrij bij het verwarmen van het fruit.

      Brandnetel: (Urtica dioïca)wordt gezien als de koning der kruiden. Heeft meerdere toepassingen. Het natuurlijk aanwezige kalium, magnesium, kalk en ijzer werkt stimulerend op de sapstroom. Door warmte kan deze vertragen, waardoor de wijnstok ontvankelijker wordt voor aanvallen van mijten en spinnen.
      Het sterkt de groei van de wijnstok wanneer deze door droogte of vorst verstoord is. Stimuleert de aanmaak van chlorofyl en de fotosynthese. Helpt tegen chlorose door zijn mogelijkheid om ijzer uit de bodem opneembaar te maken. Bordeauxse pap verhardt het blad, wat brandnetelthee door het mengsel helpt de bladeren hun souplesse sneller terug te krijgen
      In combinatie met het 500-preparaat werkt het curatief tegen court-noué. Het wordt dan op het jonge blad gespoten. Het stimuleert de bladvorming en dus de fotosynthese. Bij chlorose wordt het voor de bloei en na de bevruchting nouaison op de bodem gespoten.

      BTS: soort van middelbare wijnbouwopleiding.

    • Klonen: exacte kopieën van een soort wijnstok, welke vaak gekweekt is op een bepaalde eigenschap (productiviteit, suikergehalte, kleur), een kleine ramp voor de originaliteit van en diversiteit in de wijngaard.
    • Denis Morelot, auteur La vigne et le vin en Côte-d'Or (1831)

    • Mycorrhiza
      of schimmelwortel, een symbiotische samenlevingsvorm tussen paddenstoelen of macrofungi (ectomycorrhiza en boomwortels en lagere schimmels of microfungi (endomycorrhiza of arbusculaire mycorrhiza) en wortels van hogere planten en bomen, waarbij onder andere uitwisseling van in water oplosbare voedingsstoffen plaatsvindt.

    • Nicolas_Joly: een van de leidinggevende personen in de wijn-biodynamie. Eigenaar van Coulée de Serrant in de Loire. Heeft een aantal boeken (Le vin du ciel à la Terre) over het onderwerp geschreven, zijn lezingen inspireren veel boeren tot omschakeling naar biodynamie.

    • Ouvrée: een Franse oppervlaktemaat die vooral in Oost-Frankrijk werd (en soms nog wordt) gebruikt. Ze komt overeen met een stuk grond wat door een boer in de Middeleeuwen in een dag bewerkt kan worden. De oppervlakte varieert zo tussen de 3 à 5 are. In de Bourgogne, waar de meeste grond uit wijngaarden bestaat, is een ouvrée 4,28 are groot.

    • Paarden: Het wijnbouwkundige voordeel van werken met het paard is dat de bodem minder compact wordt, hetgeen bodemleven ten goede komt en dat bodemleven heeft weer invloed op de opname van organisch materiaal en mineralen en zo uiteindelijk op de smaak van de wijn. Daarnaast wordt de kans op schade aan wijnstokken verminderd. Vooral tijdens het werk met de intercep wordt er wel eens per ongeluk een wijnstok gerooid… De biodynamische voordelen zijn de beperkte snelheid waarmee het paard werkt, waardoor er meer tijd overblijft voor observatie van de wijngaard, en het dierenelement: de monocultuur wordt doorbroken. Dieren hebben binnen de BD-gedachte ook een spirituele functie.

    • Paarden_en_biodynamie
      Naast de functie van het ploegen heeft het paard volgens Nicolas Joly (zie verderop in de begrippenlijst) nog een ander doel: “De energie van het paard wordt via zijn aura aan doorgegeven de wijnstok. Alleen het feit al dat er een paard tussen de wijnranken loopt beïnvloedt rechtstreeks het leven in de wijnstok. Een paard wordt gedomineerd door 'warmte' (=vuur: één van de natuur elementen naast water, licht en aarde). De mest van een paard is ook de enige die warm genoeg is om er champignons op te laten groeien”.
    • Phylloxera Vastatrix:
      De beroemde en berucht druifluis die aan het eind van de 19e eeuw enorm veel schade heeft aangericht. Hij is overgewaaid uit Amerika. Hoewel hij nog zeer veel in Europa voorkomt is hij onschadelijk indien de wijnstok op Amerikaanse phylloxera-resistente onderstokken wordt geënt. Europa is te koud voor de Phylloxera, daarom leeft hij onder de grond, waar hij de Amerikaanse onderstok tegenkomt; hij lust dit sap niet. Phylloxera verspreidt zich door water. In bodems die geen water kunnen vasthouden zoals bepaalde zandbodems of de vulkanische grond rondom de Vesuvius, waar de opgedroogde lava ‘la pilo’ droog en bros is, blijft hij niet leven en kan de wijnstok ook zonder onderstok worden geplant (NL: wortelecht, FR: franc de pied, IT: piede franco, D: wurzelecht ).

    • Ploegen en Maaien: Ploegen is van essentieel belang om te aarde te beluchten en zo mineralen en organisch materiaal vrij te maken voor de wijnstok. Door te ploegen maak je echter ook een deel van het wortelstelsel van de bodembedekker stuk en woel je eventueel bodemleven door elkaar. Daarom kiezen boeren er steeds meer voor om zo oppervlakkig mogelijk te ploegen en soms zelfs helemaal niet. De groenbedekker kan zo bij regen het te veel aan water absorberen en bij warm weer beschermt hij de bodem tegen grote hitte, dit kan zo 20 graden schelen. Wanneer een groenbedekker te hoog wordt en zo de ventilatie van het bladerdek en rondom de druiven beperkt, kan het ontstaan van ziektes in de hand werken. Afhankelijk van bodem en klimaat wordt er een keuze gemaakt hoe het onkruid in toom te houden. Er bestaat ook een variant waarbij de groenbedekker plat gerold wordt. Zo laat je de bescherming van de bodem in takt en beperk je groei van hoge planten. Bij maaien houdt je ook het wortelstelsel in stand.

  • Sulfiet
    Bij de wijnen staat de hoeveelheid sulfiet in categorieën vermeld:  De categorie ‘minimaal‘ refereert aan de eisen van de ‘Association des Vin Naturels‘ voor Vin Nature. Sommige  van onze producenten voegen (soms) helemaal geen sulfiet toe.
    Sulfiet minimaal
    Wit en rosé: < 40 mg/l
    Rood < 30 mg/l
    Sulfiet laag
    Wit en rose: 40 – 80 mg/l
    Rood: 30-60 mg/l
    Sulfiet middel
    Wit en rosé: > 80 mg/l
    Rood > 60 mg/l
    Maximale hoeveelheid sulfiet
    De bovengrens ligt voor ons bij 90 mg./l. voor rood en 130 mg./l. voor wit en rosé. Een overzicht van toegestane hoeveelheid sulfiet voor conventionele en biologisch wijnen kunt u hier vinden.

  • De snaartheorie:
    De snaartheorie is een natuurkundige theorie die in de tweede helft van de vorige eeuw aan populariteit begon te winnen. De snaartheoretici stellen dat de elementaire deeltjes van het standaardmodel níet de kleinste deeltjes van het universum zijn”. Lees verder: pagina 153, 154, 155, 156 en 157 uit: Natuurkunde voor in bed, op het toilet of in bad, door Simon Koolstra, Jiri Tik Djiang Oen.

  • Terroir: samenspel van bodemgesteldheid, expositie en (micro)klimaat in een wijngaard. Ook traditie en de mens horen bij het terroir.

  • Vin Nature: Vin nature, Vino Naturale of natuurlijke wijn. Verwijst meer naar de vinificatie dan naar de teelt. Druiven moeten sowieso biologisch geteeld zijn, al dan niet volgens een van hierboven genoemde ideologieën. Bij de vinificatie mogen geen oenologische hulpmiddelen worden gebruikt. Gebruik van sulfiet is zeer beperkt: max 30 mg/l voor een rode wijn max 40 mg/l voor wit en rosé.